Een korte geschiedenis van de aromatherapie
De Aromatherapie is de oudste vorm van geneeskunst. Kennis van en inzicht in de plantenwereld, evenals in de natuurlijke constitutie van de mens in relatie tot het universum, zijn de grondvesten van de aromatherapie. Door de eeuwen heen heeft de aromatherapie alle continenten en culturen weten te doorkruisen en te doordringen.
De mondelinge traditie was de meest gebruikte vorm om kennis over te dragen. Kennis was persoonlijk bezit. Het werd door de eigenaar - die zichzelf overigens zag als de hoeder van de kennis, zich bewust van het goede en het kwade wat hij of zij er mee aan kon richten - van hand tot hand, van mond tot mond doorgegeven. Iedereen die deze informatie in bezit kreeg, kon er iets aan toevoegen of er iets van weglaten, alvorens de kennis weer verder door te geven. Kennis van de plantenwereld was in principe alleen weggelegd voor priesters: "Zij die het geheim van God kenden, mochten de natuur met zich mee dragen."
De uitvinding van de boekdrukkunst heeft een enorm effect gehad op het doorgeven en overdragen van kennis. Het heeft voor opheldering en continuïteit gezorgd. Het markeert het ontstaan van een informatiebron waar we voor altijd uit zullen kunnen blijven putten. Hoewel er nog altijd zwarte gaten zijn in de geschiedenis van de aromatherapie, beginnen we vooruitgang te boeken dankzij gevonden geschriften en illustraties, die samen steeds meer een tastbaar bewijs vormen van het bestaan van de aromatherapie als oudste vorm van geneeskunst. Gezien de vele eeuwen dat kennis strikt mondeling doorgegeven werd aan volgende generaties, is het nog niet met zekerheid te zeggen welk volk als eerste gebruik maakte van de krachten van plantensubstanties in de vorm van therapie. Vele oorspronkelijke inzichten zijn verloren gegaan.
De oude Egyptenaren echter stonden vooral bekend om hun kennis van medicinale planten. Op een papyrusrol uit ongeveer 1500.v.Chr, gevonden in een tombe van Thebe, staan planten die een genezende werking hebben bij koude rillingen, koorts, buikpijn en misselijkheid. Tegen de tijd dat Theophrastus met zijn HISTORIA begon, was een groot deel van de oude cultuur van Babylonië en Egypte reeds opgegaan in de Griekse cultuur. Het waren de Griekse handelaren en geleerden die gecharmeerd waren van de technologische vooruitgang van Egypte en Babylon.
Egypte
Laten we aannemen dat de Egyptenaren de eerste waren die de bruikbaarheid van aroma ontdekten. Het is bekend dat deze beschaving fragance gebruikte in alle aspecten van het leven. Het gebruik van geurende substanties voor medicinale doeleinden en tijdens godsdienstige ceremoniën kenmerkte deze "eerste geleerden" van de plantenwereld. De Egyptenaren brandden wierookhars en mirre bij dageraad als offer de zon en de maan.
Ook in het oude Egypte was kennis zeer nauw verbonden met priesterschap. Oude documenten, papyrus gevonden in de Tempel van Edfu, bevatte formules en parfumrecepten voor rituelen die door alchemisten en hoge priesters werden gebruikt. In Egyptische tempels zien we hoe d.m.v. hiërogliefen het mengen van oliën werd uitgebeeld. Het gebruik van oliën was voor deze cultuur van essentiële waarden. Denk aan het balsemen van de doden, het begraven van kruiken en persoonlijk schatten die gezalfd werden met etherische substanties. De antibacteriële en antiseptische waarde van etherische oliën was al lang bekend bij de Egyptenaren en werd benut om bederf te voorkomen.
Ook zijn de Egyptenaren bekend om hun rituelen bij het gebruik van planten. Dit soort rituelen vergrootte in de ogen van de moderne geleerden het geloof in de kracht van plantensubstanties. Het is ook bekend dat de oude Egyptenaren gedreven onderzoekers waren. Zij vergaarden allereerst kennis over de planten door zichzelf in de plantenwereld te begeven, om vervolgens een theorie te vormen. Al deze verzamelde kennis dateert zeker van voordat de Griekse filosoof Theophrastus (372-287 v Chr.) en leerling van Aristoteles, met zijn Historia Plantarum begon.
Cleopatra, die in veler ogen geen mooie vrouw was, werd het symbool van klasse en rijkdom dankzij het gebruik van dure en exotische parfums. Tot op de dag van vandaag staat Egypte bekend als de hoofdstad van de parfumsubstanties.
Israel
Met de uittocht uit Egypte droegen de Israëlieten de kennis van de Egyptenaren met hen.
In de Bijbel, in zowel het oude als het nieuwe testament, staan 188 verwijzingen naar diverse essentiële substanties. Mozes gebruikte tijdens de uittocht de geurende kruiden "die De Heer hem aanwees." Op de voeten van Jezus werden kostbare oliën gesmeerd. Tempels werden gevuld met parfums voordat Jezus gekruisigd werd. De drie koningen brachten wierookhars en mirre als geschenk voor de pasgeboren Jezus. Dit geeft aan dat het gebruik van een geurende substantie van oudsher zijn waarde heeft.
Griekenland
De Grieken borduurden voort op de kennis van de Egyptenaren en maakten gebruik van essentiële oliën voor geneeskrachtige doeleinden. Ze vonden ook de eerste destillatie methode uit. Dat was een verbetering t.o.v. de oude manier, met kleipotten, waarop de Egyptenaren de essentiële olie uit de grondstoffen wisten te winnen.
De filosoof Theophrastus van Athene onderzocht planten en beschrijft hoe de etherische oliën van bepaalde planten invloed hadden op emoties. Theophrastus wordt de vader van de plantenkunde genoemd. Hij, als geen ander, wierp licht in de wonderlijke wereld van medicinale planten.
Aristoteles was de eerste leermeester in de westerse wereld die zijn studenten ervan overtuigde dat kennis van planten en dieren even belangrijk was als metafysica en astronomie. Van al zijn studenten was Theophrastus degene die het best begreep wat zijn meester doceerde.
De Griekse arts Dioscoride, de ultieme deskundige op het gebied van geneeskrachtige planten, gebruikte essentiële oliën voor medicinale doeleinden. Dioscoride merkte op dat Dracunculusolie gangreen genas, en goed was voor het zicht. Hij ontdekte ook dat de eerste bron van Salicylic zuur, de Wilgenboom was. Hij stelde de medische verhandeling "De Materia Medica" op. Deze teksten over geneeskrachtige planten vormden de basis voor latere wetenschappelijke inzichten.
Het was Hippocrates die de kruidengeneeskunde ontwikkelde en uitwerkte tot een wetenschappelijk systeem gebaseerd op nauwkeurige observaties en diagnoses van patiënten. Hij geloofde in de heilzame werking van dagelijkse aromatische baden en van massages.
Galenus, de arts van de Gladiatoren, stuurde de militairen naar het slagveld met een eerste hulpuitrusting die mirre bevatte. Er ligt bijna 500 jaar tussen deze Griekse arts en zijn voorganger Theophrastus. Toch hebben ze een ding gemeen: kennis van het genezend vermogen van planten.
Rome
De Romeinen verspreiden met hun veroveringen ook de kruiden, roze en planten uit hun tuinen. De Romeinse expansiedrift hielp om de kennis en technieken van de kruidenkundige en de parfumeurs te verspreiden. De beroemde Engelse tuinen zijn een erfenis van de veroverende Romeinen. De extravagante keizer Nero gaf het bevel om via het airconditioningsysteem dat hij in zijn paleis had laten aanleggen de geuren van rozen en kruiden te verspreiden. De Romeinen stonden bekend om hun luxe manier van baden. Na hun dagelijkse baden lieten de rijke Romeinen zich met massages en etherische oliën behandelen. Ze gebruikten de etherische oliën als schoonheidsmiddelen, voor hun hygiëne en als medische behandeling.
De Arabieren
De Arabier hebben een hoofdrol gespeeld in de ontwikkeling van de aromatherapie door een geavanceerd niveau van chemische en farmaceutische technologie te ontwikkelen. Ze onderhielden uitgebreide handelsroutes die de Arabische wereld met India, China, het Middellandse Zeegebied en Indonesië verbonden. De kruiden en de etherische oliën werden verkocht, gezien en gebruikt als kostbare goederen. Door de handelsroutes bereikten deze kostbare kruiden en essentiële oliën de volledige beschaafde wereld. Zonder deze Arabische invloed was de kennis van de Grieken en de Romeinen mogelijk voor altijd verloren gegaan.
De Arabische wetenschappers verbeterden de techniek van destillatie en legden de basis van onderzoeksliteratuur betreffende essentiële oliën vast. Ze ontwikkelden de eerste vaste zeep die met aroma werd gecomponeerd. De Ibn-Sina, die in het westen bekend staat als Avicenna, was een Arabische alchemist, astronoom, filosoof, wiskundige, arts en dichter, en schreef de beroemde "al-Qanun fi at-Tibb" in het westen beter bekend als de Canon van de geneeskunde.
Hij gebruikte uitgebreid etherische oliën in zijn praktijk. Hij wijdde een van zijn honderden boeken aan het gebruik van geneeskrachtige planten.
India
Het belang en gebruik van aromatische substanties in India is enorm groot. Aromatherapie werd en wordt gebruik in vele aspecten van het leven, met inbegrip van baden, schoonheidsmiddelen, parfumeren, verleiding, geneeskrachtige doeleinden en godsdienstige ceremonies. Tijdens de Indische Tantra ceremonies werden de deelnemers ingesmeerd met oliën van Sandelhout (voor de mannen) en Jasmijn voor de vrouwen (op hun handen), Patchouli (op de hals en wangen), amber (op de borsten), muskus (op de buik), sandelhout (op de dijen) en saffraan (op de voeten). De Ayurveda, de traditionele Indiase geneeskunde, wordt al meer dan 3000 jaar uitgeoefend. India is een pionier op het gebied van massages met aromatische oliën. Het gebruik van Abhyanga (medicinale massage met warme oliën) is tot de dag van vandaag in gebruik.
India speelde een prominente rol in de kruidenhandel. Zo was het enige land dat 17 verschillende types Jasmijn kon bieden. In de 18de eeuw namen de Britten de controle over in India. De Britten publiceerden: "De Rijkdom van India" - een reeks volumes over geneeskrachtige en geurige planten uit India.
China
Shen- Nung, de legendarische heerser van China en kruidenkundige, schreef in 2800 VC het eerst botanische werk dat als Pen Ts'ao Ching bekend staat en waarin hij meer dan 365 geneeskundige kruiden behandeld. Het ging hier over het gebruik van medicinale substanties in therapeutische vorm. De Chinezen geloofden dat de extractie van de geur uit een plant de ziel van de plant zou bevrijden.
Sinds de 7de eeuw is bekend dat de Chinezen van de hogere klassen aromatische substanties gebruikten voor zowel hun lichaam als voor hun huizen, tempels, kleding, documenten, enz. Geuren werden gezien als de echte remedie tegen alle kwalen.
De Chinezen maakten geen onderscheid tussen geuren als parfum en medicinale geuren. Voor hen was elk parfum een medicijn. Marco Polo reisde naar China om het Oosten zover te krijgen direct met Genua handel te drijven. Grote hoeveelheden kruiden werden zo naar Europa verscheept om steden tegen plagen te beschermen. De prijs van kruiden werd hoger dan ooit.
Europa
Met het ineenstorten van het Romeinse Rijk is de kennis van de Romeinen en de Grieken deels vergeten maar nooit verloren gegaan. De uit Het Oosten terugkerende reizigers en handelaren gebracht de oude kennis met de nieuwe kennis opgedaan in Het Oosten opnieuw onder de aandacht. Tijdens de Middeleeuwen viel de geneeskunst en de wetenschap in handen van monniken, afgezonderd in kloosters. Tijdens de 13de en 14de eeuw regeerde in Europa De Katholieke Kerk over de geneeskunde. Hun norm van zorg was gebed. Zij geloofden dat ziekte een straf van God was.
Tussen de 10de en 13de eeuw bereikte de Universiteit van SALERNO in Italië het hoogtepunt van zijn glorie. Het was het centrum van de leer van de botanische geneeskunde. Deze school van Geneeskunde combineerde Griekse, Latijnse, Arabische en Hebreeuwse medische praktijken. De universiteit rekruteerde geleerden uit het Oosten en het Westen. Italië werd de leider in Europa op het gebied van aromatische substanties voor gebruik in schoonheidsmiddelen en parfums.
Tegen de Middeleeuwen werden er apotheken gevestigd in noordelijk Europa. De essentiële oliën van het Oosten werden opnieuw gebruikt om de levenskwaliteit te verbeteren. Het waren de apothekers en de parfumeurs die dagelijks met essentiële oliën werkten en die aan de plagen en de epidemieën ontsnapten die door Europa waarden.
Tijdens de 16de eeuw, geloofden Europeanen dat baden ongezond was. Zo werden de parfums gebruikt om personen te behandelen wegens "beledigende geuren".
De Italiaanse invloed bereikte in 1547 Frankrijk met het huwelijk van Caterina De Medici met de Franse prins Henri II. Zij bracht naast haar persoonlijke alchemist ook haar parfumeur mee, en zette winkels op in Parijs. Frankrijk begon Italië te overheersen. Tijdens de regering van Henry III werd het parfumgebruik erg extravagant. De Fransen gebruikten fragrances in alles, van openbare fonteinen, tot in wijnen, drinkwater, in hun huizen, op hun kleren, op het lichaam, op huid en haar. Tegen die tijd waren veel van de essentiële die we vandaag de dag kennen geïsoleerd.
Met de stijging van het Puritanisme in de 16de en 17de eeuw, maakten godsdienstige leiders furore. Dit had te maken met hun strijd tegen het gebruik van aromaten, aangezien ongelovigen en heksen ook etherische substanties bij hun rituelen gebruikten. Zij geloofden dat welke vertoning van ijdelheid of versiering dan ook, afbreuk deed aan de geestelijke zuiverheid. Zo werd het gebruik van parfums en schoonheidsmiddelen afgeraden. In Groot-Brittannië stelde een groep wetgevers een wet voor om vrouwen het dragen van geuren te belemmeren. Zij geloofden dat parfums en schoonheidsmiddelen vrouwen een oneerlijk voordeel over mannen gaven. Ze beweerden dat het een vorm van hekserij was die vrouwen zo toestond mannen te verleiden en hen te verlokken tot een huwelijk.
In 1868 werd de eerste synthetische geur gemaakt. Dit was de eerste van duizenden synthetische fragrances die voor geneeskrachtig gebruik ongeschikt waren.
In 1887 publiceerde Dr. Chamberland in Parijs het eerste moderne gedocumenteerde onderzoek naar de antiseptische eigenschappen van essentiële oliën. Zijn onderzoek bevestigde dat de essentiële oliën virussen, bacteriën en schimmels konden doden. Vóór WO.II trok het onderzoek van de Essentiële Olie zoveel wetenschappelijke interesse dat dit aanleiding gaf tot onderzoek naar en ontwikkeling van andere medicijnen. Het identificeren van de componenten van natuurlijke essentiële oliën werd zo een belangrijk onderwerp voor studie. Voor de ontwikkeling van veel "chemische" vooruitgang is dit van wezenlijk belang geweest.
Chemici isoleerden de actieve stoffen van planten en konden deze nabootsen. Zij geloofden dat de eigenschappen van bepaalde planten afzonderlijk zouden moeten worden geïsoleerd. Met dat de wetenschap van de chemie zich verfijnde, werden kruiden en essentiële oliën vervangen door synthetische substanties. De synthetische middelen zouden beter gecontroleerd kunnen worden, gestandaardiseerd en gemonopoliseerd.
De geschiedenis van de wedergeboorte van aromatherapie bulkt van de mythen en overdreven verhalen. Het verhaal van Rene-Maurice Gattefosse heeft geschiedenis geschreven. In 1937 publiceerde Gattefosse het boek Aromathérapie (in het Frans). In 1993 werd het gepubliceerd in het Engels. In zijn boek vertelt hij het verhaal van de beroemde behandeling van een brandwond in zijn laboratorium. In zijn eigen woorden vertelt hij over de externe toepassing van kleine hoeveelheden essentiële olie op de brandwonden. Hij vertelt dat de toepassing van etherische oliën de verspreiding van gangreneuze pijnlijke plekken stopt.
Eigenlijk begon Gattefosse samen met een groep wetenschappers essentiële oliën te bestuderen in 1907. Hoewel het verhaal van de brandwond in 1928 vermeld is, vond het daadwerkelijk plaats 1910. Hij publiceerde zijn bevindingen in zijn boek Aromathérapie dat goed ontvangen werd. Volgens de aromatherapie van Gattefosse, die er in de basis op gericht was om een symptoom of een ziekte op de zelfde manier te gaan behandelen als de conventionele geneeskunde, zag hij toch een onderscheid tussen deze twee. Hij geloofde niet dat de aromatherapie een integraal onderdeel van de geneeskunde kon zijn. Hij was zich ook bewust van de psychologische en neurologische gevolgen die een behandeling met essentiële oliën zou kunnen hebben.
Dr. Jean Valnet, een ex-legerchirurg, gebruikte essentiële oliën tijdens WO.II om gewonde militairen te behandelen. Hij ontdekte dat deze efficiënt waren bij het behandelen van wonden en brandwonden. Later zouden essentiële oliën bij de behandeling van psychiatrische problemen nuttig gevonden worden. Valnet's gezaghebbende werk maakte de praktijk van aromatherapie geloofwaardig in Frankrijk. Hij gebruikte klassieke methodologie inzake het gebruik en de toepassing van essentiële oliën. Door zijn toewijding zijn daarna vele medische aromatherapeuten in zijn voetstappen getreden en ook gebruik gaan maken van de kracht van etherische oliën.
In Frankrijk schrijven vele artsen vandaag de dag essentiële oliën voor, - vergoed door verzekeringsmaatschappijen. Valnet publiceerde: "De Praktijkervaringen van Aromatherapie" in 1964. Het werd gebruikt om mensen, evenals de medische deskundigen, op de hoogte te houden.
De start van de ontwikkeling van een meer holistische benadering van aromatherapie kunnen we aan de biochemicus Margriet Maury toeschrijven. Terwijl zij haar patiënten met essentiële oliën voor cosmetische problemen behandelde, ontdekte ze dat niet alleen hun huid licht werd, maar patiënten ervoeren ook prettige en verrassende bijwerkingen: ze werden rustig, kregen slaap, symptomen van reumatiek verminderden, hun geestkracht versterkte.
Mevrouw Maury bereidde de weg en techniek voor vele van ons om met essentiële oliën te masseren. Zij behandelde het lichaam in haar totaliteit. Zij zag de heilzame werking van aanraking en geuren. Zij zag hoe interne organen invloed hadden op de huid. Zij zag hoe men positief reageerde op natuurlijke geuren.
New Energy Essences
Met dank aan Anna Pavord


